maandag 11 juli 2016

Keurmerken die niet zijn wat ze lijken

Het is een persoonlijke irritatie van mij: organisaties die zich presenteren alsof zij de belangen van consumenten behartigen door de consument schijnbare objectieve voorlichting te geven, terwijl bij het opstellen van die informatie vooral gedacht is aan de winkelier.

UNETO-VNI is zo’n organisatie. Zij geeft aan dat een van haar doelen is dat “winkeliers in de elektrotechnische detailhandel in al hun uitingen objectief en zo volledig mogelijk voorlichting geven aan consumenten”. En dat zij daarom diverse folders heeft gemaakt en publiceert. In deze folders geeft zij aan dat de wet niet concreet is over wat de consument mag verwachten en dat zij daarom onderzoek heeft gedaan naar de gemiddelde gebruiksduur van apparatuur. Daarnaast geeft zij aan dat, wanneer de verkoper tekort is geschoten aan zijn nakomingsverplichting, de consument financieel moet bijspringen.

Arnoud Engelfriet heeft over dit onderwerp verschillende artikels geschreven. Daarin geeft hij telkens weer aan dat winkeliers geen kosten in rekening mogen brengen en dat baseert hij op een arrest van het Europees Hof van Justitie. En hoewel dat arrest is uitgesproken in 2008 publiceert UNETO-VNI anno 2016 nog altijd dat consumenten een “eigen bijdrage” moeten betalen. Soms geeft UNETO-VNI aan dat de consument deze “eigen bijdrage” altijd zou moeten betalen. En soms geeft UNETO-VNI aan dat consumenten deze “eigen bijdrage” moeten betalen als het product ouders is dan twee jaar en de levensduur aanzienlijk wordt verlengd. Maar altijd is de formule voor de “eigen bijdrage” (B): Kosten (K) x Huidige leeftijd (L) / Gemiddelde gebruiksduur (D), dus B = K x L / D. Deze formule is door UNETO-VNI bedacht en stuit op juridische moeilijkheden, maar daarover later meer.

In 2014 heb ik hierover een e-mail ontvangen van de secretaris economisch juridische zaken van UNETO-VNI. Hierin gaf hij aan dat we hetzelfde dachten over de hoofdregel (herstel en vervanging moet kostenloos) maar dat er hier op wel een uitzondering was. Daarnaast gaf hij het volgende aan:

In het tweede deel van uw emailbericht komt het onderwerp te verwachten gebruiksduur aan de orde. Wij hanteren de term gebruiksduur in plaats van de term technische levensduur omdat gebruiksduur een ruimer begrip is waarbij ook andere factoren zoals modische aspecten, nieuwe functionaliteit of lager energieverbruik meewegen. In de praktijk blijkt namelijk dat veel mensen om dat soort redenen apparaten vervangen hoewel die apparaten technisch bezien nog correct functioneren. Vroegtijdig (dwz voor het ontstaan van een defect) vervangen gebeurt bijvoorbeeld bij computers en mobieltjes vanwege nieuwe functionaliteit en bij koelkasten vanwege energiebesparing. Technische levensduur is daarom geen passende maatstaf en vandaar dat wij te verwachten gebruiksduur hanteren.

Vervolgens heeft UNETO-VNI aan de hand van die maatstaf een tabel opgesteld met gemiddelde gebruiksduur verwachtingen. Echter, voor een jurist is het volstrekt duidelijk dat UNETO-VNI hier de verkeerde maatstaf hanteert. Immers, het conformiteitsbeginsel houdt in dat het product bij aflevering over alle eigenschappen moet bezitten die je daar als consument redelijkerwijs van mocht verwachten. En waarom zou een consument zijn verwachtingen, voor het reeds gekochte product, moeten bijstellen als er nieuwe producten op de markt komen die zuiniger zijn of over nieuwe functionaliteit beschikken?

Het toeval wil dat de Stichting Reclame Code recent precies deze twee punten heeft behandeld. De zaak is uitgevochten tot aan het College van Beroep (dat te vergelijken is met een gerechtshof) en op de website van de stichting te raadplegen onder dossiernummer 2016/00068.

Scheer & Foppen, lid van UNETO-VNI, verwees naar de gebruiksduurtabel van UNETO-VNI. Het College geeft hierover aan:

6. (...) De consument die wil weten gedurende welke periode hij mag verwachten dat het product dient te beantwoorden aan de koopovereenkomst, zal met dat doel deze tabel kunnen raadplegen. Appellant heeft echter voldoende aannemelijk gemaakt dat de tabel voor dat doel ongeschikt is, nu daarin de gebruiksduur mede is bepaald door emotionele factoren zoals de vormgeving van nieuwe producten. De in de tabel weergegeven gebruiksduurverwachting zal hierdoor afwijken van de duur gedurende welke men volgens een redelijke verwachting van het product gebruik moet kunnen maken, welke termijn waarschijnlijk langer zal zijn dan de in de tabel weergegeven termijnen. De verwijzing door Scheer & Foppen naar de lijst van UNETO-VNI suggereert derhalve een schijn van objectiveit ten aanzien van die gebruiksduur, die niet wordt waar gemaakt, nu de daar genoemde gebruiksduur deels subjectieve elementen bevat.

Verder gaf Scheer & Foppen stellig aan dat de consument de kosten van herstel of vervanging geheel of gedeeltelijk zelf moest betalen, indien de levensduur van het product werd verlengd of het product vervangen zou worden. Het College wijst er op uit het Quelle arrest volgt “dat geen kosten mogen worden berekend indien de consument een nieuwe zaak krijgt ter vervanging van het product dat niet aan de koopovereenkomst beantwoord”. Het College wijst er er verder op dat er over kosten van herstel (nog) geen uitspraak ligt en beschouwd dat als zijnde omstreden. En dus is het College van mening dat Scheer & Foppen te stellig is. Immers, het zou ook goed kunnen dat de rechter, in lijn met het Quelle arrest, zou oordelen dat de verkoper geen recht heeft op een vergoeding als de levensduur van het apparaat wordt verlengd in het geval van herstel.

Tot slot kom ik terug op de juridische problemen met de formule van UNETO-VNI. Stel dat het recht op kostenloos herstel of vervanging de verkoper niet in de weg zou zitten en deze dus recht zou hebben op een vergoeding, dan zou de verkoper een dergelijke claim moeten baseren op de ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW). Dit komt er in het kort op neer dat de consument een vergoeding zou moeten betalen die niet hoger is dan het bedrag waar hij mee is verrijkt en ook niet hoger is dan het bedrag waarmee de verkoper wordt verarmt. Dit wordt snel duidelijk aan de hand van een voorbeeld:

Volgens UNETO-VNI zou een laptop van € 300,- drie jaar mee kunnen gaan. Als de laptop na twee-en-half jaar defect raakt en de levensduur met een jaar wordt verlengd tijdens de reparatie dan volgt uit de formule dat de verkoper recht zou hebben om 5/6e van de reparatiekosten te verhalen op de consument. De consument zou dus € 125,- moeten betalen als de de reparatiekosten € 150 waren. Maar je kan je wel afvragen of dat ene jaar wel € 125,- waard is.

Tweedehands goederen leveren niet zoveel op, omdat er geconcurreerd moet worden met nieuwe goederen. De dagwaarde van het product maakt in het eerste jaar een vrije val mee. Voor een tweedehands conforme computer zou je na drie jaar als consument hooguit € 50,- kunnen vangen. De prijs gaat echt niet met € 125,- omhoog als de laptop een jaartje langer mee kan gaan. Immers, de meeste consumenten tellen liever € 300,- neer voor een computer die drie jaar kan mee gaan, dan € 175,- voor een computer die heel misschien nog een jaartje mee gaat. De verrijking ligt dus een stuk lager dan het bedrag dan uit de UNETO-VNI formule komt.

Overigens heeft de garantieverstrekker SquareTrade onderzoek gedaan naar laptops van een groot aantal merken en kwam tot de conclusie dat van alle laptops na drie jaar 31% defect is, waarvan 21% als gevolg van non-conformiteit en 10% als gevolg van ondeskundig gebruik. Het is daarom aannemelijk dat laptops tenminste 6 jaar mee kunnen. Dit verklaart waarom een laptop na drie jaar nog wel iets oplevert.

Geen opmerkingen :

Een reactie posten