Pagina's

vrijdag 5 september 2008

De (on)bindendheid van de consumenten geschillencommissie

Wie overeenkomsten sluit krijgt er vroeg of laat mee te maken: geschillen. De partijen kunnen het dan onderling niet eens worden over een oplossing. Zij kunnen dan aan de rechter vragen om met een uitspraak te komen. Hier zitten echter wel een aantal negatieve consequenties aan vast.

Allereerst is de rechtsgang erg duur. Voor rechtszaken tot 5000 euro liggen de kosten van de dagvaarding en de griffiekosten, voor het behandelen van uw zaak door de rechter, tussen de 110 en de 270 euro volgens de Consuwijzer. Nee, de kosten rijzen de pan uit door de kosten die je maakt als je een advocaat in de arm neemt. Je moet al gauw 200 euro neer leggen per uur dat je advocaat aan je zaak besteedt. Nu kun je dergelijke rechtszaak zonder advocaat voeren, wat ons brengt op de tweede negatieve consequentie: een rechtszaak voeren is erg ingewikkeld. Het gevaar is dan wel dat je al gauw de fout in gaat, waardoor je zaak op procedurele gronden verliest terwijl je toch het gelijk aan je kant hebt.

Daarom is De geschillencommissie in het leven geroepen. Deze commissies op diverse gebieden presenteren zich graag als hét alternatief voor een rechtsgang. De overheid heeft alle geschillencommissies erkend en volgens de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken betekent dit dat “goede procedure en onpartijdige beslissingen gewaarborgd zijn”. Bovendien is een uitspraak bindend. Kortom, als we deze stichting mogen geloven, is het geschil voor leggen aan de rechter compleet overbodig geworden. Is de uitleg die de stichting geeft wel realistisch of had ze een roze bril op toen de stichting haar website ontwierp?

Een voorbeeld. Een geschil was in de maak toen consumenten een overeenkomst sloten met een winkelier voor de levering en het leggen van een parketvloer. Toen er zich vlak hierna krassen zich op de vloer vertoonden, hebben deze consumenten zich spoedig bij de winkelier gemeld met hun klachten. De importeur van de vloer heeft deze onderzocht in opdracht van de winkelier en kwam tot de conclusie dat de vloer geen productfouten c.q. productiefouten bezat, maar dat het ging om problemen die veroorzaakt waren door de consument. De winkelier weigerde vervolgens om de vloer te herstellen of te vervangen

De consument neemt hier geen genoegen mee en gaat naar de Geschillencommissie Parket. De deskundige die zij inschakelen komt tot de conclusie dat de vloer weliswaar slijtvast maar niet erg krasbestendig is. Bovendien is de schade niet te herstellen. Volgens de deskundige is de schade aan de vloer te wijten aan het schuiven met stoelen en andere scherpe voorwerpen. Als voorbeeld geef hij aan: “steentjes in de schoenen, scherp zand onder het vilt van de meubels, scherp speelgoed en dergelijke”. De geschillencommissie komt als gevolg van dit oordeel tot de volgende conclusie:

(…) dat niet gezegd kan worden dat de ondernemer de tussen partijen gesloten overeenkomst niet deugdelijk is nagekomen. De commissie onderschrijft het rapport van de deskundige in die zin dat niet gezegd kan worden dat er in technische zin iets fout is aan de vloer. De klachten worden veroorzaakt door het gebruik van de vloer en leefsporen als deze (los van de krassen veroorzaakt door het verplaatsen van een kast) moeten worden aangemerkt als oorzaken van buitenaf die niet met succes aan de ondernemer kunnen worden tegengeworpen. Dat een en ander zichtbaar is hangt mede samen met de kleur van de vloer. Kennelijk had de consument te hoge verwachtingen van de vloer.
De commissie is niet gebleken dat de ondernemer de consument wat dat betreft op het verkeerde been heeft gezet. (…)

Menig consument had hier zijn verlies genomen, aangezien de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken dat een uitspraak bindend is en door de erkenning van de overheid een goede procedure en een onpartijdige beslissing gegarandeerd is. Deze consumenten doen dit echter niet en stappen naar de rechter. Dat mag, zelfs bij bindende uitspraken zoals deze. Artikel 7:904 BW bepaalt namelijk:

Indien gebondenheid aan een beslissing van een partij of van een derde in verband met inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, is die beslissing vernietigbaar.
(…)

De rechter kan op grond van dit artikel de uitspraak vernietigen. Deze rechter wilde zijn vingers echter niet branden aan de de uitspraak, vermoed ik, want de zaak komt in hoger beroep. (LJN: AY8747). De hogere rechter vindt dat de geschillencommissie heeft nagelaten om de bevindingen te toetsen aan het door hem geschetste wettelijk kader. Daarnaast constateert het Hof dat de geschillencommissie enkel is afgegaan op het, hiervoor niet geschikte, rapport van de deskundige. Het Gerechtshof concludeert dat de inhoud en wijze van totstandkoming van de uitspraak van de geschillencommissie in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. En dus vernietigt hij de uitspraak van de geschillencommissie. Het Hof gaat vervolgens over tot inhoudelijke beoordeling van de zaak:

Op een vloer in een woning wordt nu eenmaal met schoenen gelopen, met stoelen geschoven en door kinderen met speelgoed gespeeld. Anders dan het schuiven met een kast vormt dit een normaal gebruik. [appellant] mocht dan ook bij deze vloer krasbestendigheid verwachten bij normaal gebruik. De “keiharde kunststof toplaag” bleek echter al spoedig niet bestand tegen dat normaal gebruik. De geleverde vloer heeft in dit opzicht niet de eigenschappen die [appellant] mocht verwachten. Ondanks ingebrekestelling bij brief van 2 december 2003 (productie 13 bij memorie van grieven) weigert Salland Parket over te gaan tot herstel of vervanging. Zij is derhalve toerekenbaar tekortgeschoten.

Het Hof ontbindt als gevolg daarvan vervolgens de overeenkomst met de winkelier. Een uitspraak van een geschillencommissie kan dan wel bindend zijn, maar is gelukkig niet onvernietigbaar. De Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken wil ons graag doen geloven dat erkenning van de overheid inhoud dat een “goede procedure en onpartijdige beslissingen gewaarborgd zijn”, maar deze zaak toont aan dat dit toch echt niet het geval is. Mocht iemand van het bestuur meelezen: het zo wellicht verstandig zijn om in deze tekst hier wat nuances te bouwen.

Geen opmerkingen :

Een reactie posten