vrijdag 6 juni 2008

De algemene voorwaarden van Robin Hood

“Zakelijke klanten zijn toch rijk”, zal de winkelier hebben gedacht die specifiek voor deze groep eindgebruikers onredelijk bezwarende voorwaarden heeft opgesteld. Deze winkelier heeft goed begrepen dat consumenten goed beschermd middels een aantal dwingende wettelijke verplichtingen. En dat die zelfde verplichtingen bij zakelijke klanten onder de noemer ‘regelend recht’ vallen en er dus van mag worden afgeweken. Deze winkelier ontpopt zich dan ook als nobele bandiet die van de rijke zakelijke klanten steelt en aan de arme consument geeft. Vanuit zijn stenen fort ligt hij samen met zijn bende werknemers op de loer tot op het moment dat hij een zakelijke klant kan strikken voor een van zijn ongunstige voorwaarden. Deze winkelier heeft daarmee wel wat weg van een moderne Robin Hood.

Zoals ik vorige keer in mijn stukje ‘Bijna goed is helemaal fout’ ook al opmerkte, hebben deze winkeliers goed in de gaten dat zij van (sommige) wetsartikelen mogen afwijken. Een moderne Robin Hood laat consumenten ongemoeid en benadeelt alleen de zakelijke klant. De opmerking waar ik de vorige keer mee begon verandert dan in zo iets als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.”

Zoals gemeld gaat het hier om regelend recht. Daarom geef ik eerst aan hoe het allemaal werkt onder het regelend recht, dus zonder dat er afwijkende afspraken over zijn gemaakt. Later ga in op de vraag of de genoemde afwijking is toegestaan.

Onderzoeksplicht & mededelingsplicht

Voor een koop, die geen consumentenkoop is, geld dat de koper het product moet onderzoeken of het product aan de overeenkomst beantwoord. De uitzondering hierop is als de verkoper bepaalde eigenschappen verzekerde of informatie, die de verkoper behoorde te kennen, niet aan de koper heeft meegedeeld. In dat geval geld net als bij een consumentenkoop dat de koper zich alleen bij de verkoper hoeft te melden nadat hij de ontdekking heeft gedaan.

“Binnen bekwame tijd na ontdekking betekent dat de koper de verkoper met spoed op de hoogte moet brengen.”, aldus de wetgever. (TK 2001-2002, 27 809, nr. 6) Wanneer de koper het product niet (volledig) hoeft te onderzoeken, zal dit doorgaans neerkomen op kortere periode dan bij een consumentenkoop het geval was geweest. De consument mag namelijk wel lanterfanten!

De Hoge Raad ontleedt, in het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR), de term bekwame tijd in een onderzoeksplicht en een mededelingsplicht. Daarbij geeft ze aan dat in twee specifieke gevallen, waaronder een consumenten op, de onderzoeksplicht niet van toepassing is. Over de onderzoeksplicht geeft de Hoge Raad aan:

In dat verband kunnen onder meer van belang zijn de aard en waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit aan het licht treedt, en de deskundigheid van de koper.
Onder omstandigheden kan voor beantwoording van de vraag of de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt, een onderzoek door een deskundige nodig zijn (zie ook Parl. Gesch. Boek 7 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 157). In beginsel mag de koper de uitslag van dit onderzoek afwachten zonder de verkoper van het onderzoek op de hoogte te brengen. Wanneer echter mag worden verwacht dat met het onderzoek langere tijd is gemoeid, of zulks tijdens de loop daarvan blijkt, volgt uit de strekking van art. 7:23 lid 1 dat de koper aan zijn wederpartij onverwijld kennis dient te geven van dat onderzoek en de verwachte duur ervan.

Het arrest LJN BB7006, dat speelde bij de Rechtbank van Rotterdam, geeft hiervan een mooi concreet voorbeeld. Het geschil gaat over de levering van een schip waar een andere motor in blijkt te zitten. De koper laat de boot onderzoeken bij een technisch deskundige derde en bezoekt daarna een advocaat. De boot blijkt niet aan de overeenkomst te voldoen. Op het moment dat hij verhaal gaat bij de verkoper zijn er inmiddels 15 weken verstreken als gevolg van dit onderzoek. De verkoper stelt zich op het stand punt dat het hier niet gaat om een bekwame tijd daar 6 weken in de rechtspraak gebruikelijk zou zijn. De rechter oordeelt als volgt:

Nu gesteld noch gebleken is dat [eiser] zelf over specifieke kennis op het gebied van scheepsmotoren beschikt, is de in art. 7:23 lid 1 BW bedoelde klachttermijn niet reeds kort na 6 april 2006, maar eerst nadat hij een deskundige, Multidiesel B.V., had geraadpleegd gaan lopen. Kennelijk heeft [eiser] vervolgens een advocaat geraadpleegd mede met het oog op de vraag of de hoofdmotor aan de koopovereenkomst beantwoordde; daarom heeft ook dat onderzoek de aanvang van de klachttermijn opgeschort. Door daarna op 9 juni 2006 bij FTS wegens de gestelde non-conformiteit te reclameren, heeft [eiser] binnen bekwame tijd zoals in art. 7:23 lid 1 BW c.q. art. 6:89 BW bedoeld bij FTS geklaagd.

Terugkomend bij de Hoge Raad, dat het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR) behandelde, meld zij over de mededelingsplicht:

In het geval van een niet-consumentenkoop dient de vraag of de kennisgeving binnen bekwame tijd is geschied te worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het antwoord op de vraag of de verkoper nadeel lijdt door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Een vaste termijn kan daarbij niet worden gehanteerd, ook niet als uitgangspunt.

De tijd die de koper nodig heeft voor de meldingsplicht zal dus afhangen van hoeveel tijd hij feitelijk nodig heeft gehad en het nadeel dat de verkoper leid als dit langer duurt.

Onredelijke bezwarende voorwaarden
Nu duidelijk is hoe de wetgever het regelend recht heeft ingericht, is nu van belang of de verkoper hiervan mag afwijken in het nadeel van de zakelijke koper. Voorwaarden als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.” worden vaak opgenomen in de algemene voorwaarden. Speciaal voor algemene voorwaarden heeft de wetgever dwingend recht (art 6:246 BW) opgesteld. In artikel 6:233 sub a BW heeft de wetgever bepaald dat een voorwaarde vernietigbaar is

indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij

Het regelend recht gebied de zakelijke koper onderzoek of hij heeft gekregen wat de hem beloofd is en een negatief resultaat spoedig mededelen bij de verkoper. Hier mag best streng mee omgegaan worden, maar het mag er niet op neer komen dat de koper de verkoper helemaal niet kan houden aan de overeenkomst. Een dergelijke voorwaarden kan dan zeker als onredelijk bezwarend worden aangeduid. Als je verkoper na de koop niet meer wenst aangesproken te worden moet ie dat maar in heldere taal inde overeenkomst zelf regelen.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen